|
Leerstofaanbod en leerdoelen in een competentiegerichte opleiding |
|||||||||||
|
Individualiseren van de leerdoelen Competentiegericht leren richt zich in sterke mate naar het individu, ook op het niveau van de leerstof en de leerdoelen. In traditionele onderwijsprogramma’s is de leerstof voor alle studenten gelijk, en met het leerstofaanbod zijn ook de doelstellingen voor iedereen gelijk. Eindtermen richten zich op de inhoud van het onderwijs. Eindtermen beschrijven de resultaten die met een onderwijsprogramma moeten worden bereikt. Leerdoelen gebaseerd op eindtermen beschrijven welke kennis en vaardigheden aan het eind van het studieprogramma of programmaonderdeel een student moet beheersen. Waar eindtermen op de inhoud van het onderwijs zijn gericht, richten competenties zich op het individu. Competenties geven aan dat een persoon in staat is om (beroeps-)problemen op te lossen. (Cluitmans 2002). Bij competentiegericht leren wordt er van uit gegaan dat, om een vergelijkbaar competentieniveau te bereiken, de ene student een geheel andere leerbehoefte heeft dan de andere. En het ontwikkelen van competenties leidt van persoon tot persoon ook tot een verschillend resultaat. Competenties bestaan uit een cluster van kennis, houding en vaardigheden die bij iedere persoon in een unieke verhouding tot elkaar staan.
Competenties richten zich naar een persoon en zijn taak, zoals is te herkennen in de definitie van een competentie als “een cluster van verwante kennis, vaardigheden en houdingen die van invloed is op een belangrijk deel van iemands taak (een rol of verantwoordelijkheid), die samengaat met de prestatie op de taak, die kan worden gemeten en getoetst aan aanvaarde normen, en die kan worden verbeterd door middel van training en ontwikkeling.”[1]
Competentiegericht leren omvat dus net zo goed als traditioneel onderwijs het verwerven van specifieke kennis en vaardigheden, maar dan wel gericht op een doel van een hogere orde: het ontwikkelen van competenties en samenhangende toepassing van kennis, vaardigheden én houding in de beroepstaak. Competentie komt tot uitdrukking in de uitoefening van (beroeps)taken waarbij doorgaans meerdere competenties tegelijkertijd een rol spelen. De wijze waarop deze competenties gecombineerd worden kan van persoon tot persoon verschillen, en ook nog eens van situatie tot situatie. Bij traditionele onderwijsdoelen wordt gepoogd kennis en vaardigheden zo te beschrijven dat iedereen ze op dezelfde wijze kan beheersen. Bij het ontwikkelen van competenties is dat onmogelijk. Als het onderwijs zich richt op het ontwikkelen van competenties in plaats van specifieke kennis en vaardigheden. Dan heeft het ook geen zin meer om de concrete doelstellingen aan het programma te verbinden. In het kader van een competentiegericht onderwijsprogramma zal een student zijn eigen normen moeten stellen. Iedere student eigen leerdoelenHet verwerven van kennis en vaardigheden is geen doel op zich, maar een middel om de prestatie op een taak te verbeteren oftewel de eigen competenties te ontwikkelen. Leerdoelen dienen in een competentiegerichte leeromgeving dan ook in dat kader te worden opgesteld. De leerdoelen benoemen de ambitie van een persoon om zijn prestatie op een taak op een specifieke manier te verbeteren. De leerdoelen voor competentiegericht leren zijn gekoppeld aan een persoon (de student), en niet aan het programma met aanbod van leeractiviteiten. De consequentie hiervan is dat bij competentiegericht leren iedere student zijn eigen leerdoelen heeft. Ook studenten die gelijktijdig eenzelfde programmaonderdeel volgen kunnen, tot op zekere hoogte, verschillende leerdoelen hebben.
Kwalificatie profiel als globaal sturend kaderDie leerdoelen moeten, hoe verschillend ze ook kunnen zijn, in een beroepsopleiding wel altijd gericht zijn op het verwerven van de competenties in het kwalificatieprofiel. De individuele leerdoelen worden doorgaans vastgesteld in een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). Voor wie vasthoudt aan de definitie van een curriculum als de ordening van de leerdoelen, formuleert iedere student middels het POP een eigen curriculum. Tenslotte zal ook het resultaat individueel bepaald moeten worden, gerelateerd aan de opgestelde doelen: is de prestatie op de taak voldoende verbeterd?
Figuur 1: generiek kwalificatieprofiel, individueel leertraject in een gezamenlijk onderwijsprogramma Het onderwijsprogramma biedt leerkansenIn figuur 1 is te zien hoe binnen een collectief aanbod van leeractiviteiten individueel leertrajecten mogelijk worden gemaakt door het onderscheiden van de leerdoelen (naar individu in het POP) van de programmering van de leeractiviteiten (zowel individueel als gegroepeerd). Dit heeft uiteraard een grote impact op de vormgeving van het onderwijs. Het onderwijs kan niet eenvoudigweg ontworpen worden door een opeenvolging van: formuleren leerdoelen – ontwerpen leer activiteiten – ontwerpen beoordeling. Elke student heeft immers eigen, persoonlijke doelen, en in die zin ook een persoonlijk programma. Dat persoonlijke programma wil niet zeggen dat er ook individueel wordt gewerkt. Het activiteitenprogramma kan nog steeds voornamelijk bestaan uit groepsactiviteiten, zelfs met een vaste groep. Alleen kunnen aan die groepsactiviteiten op zichzelf geen leerdoelen meer worden verbonden. Leeractiviteiten zijn hulpmiddelen ten bate van de – soms heel verschillende – leerdoelen van de verschillende studenten in een groep. Een leeractiviteit biedt kansen om te leren, de leeractiviteit op zichzelf heeft geen leerdoelen, de student die deelneemt aan de leeractiviteit heeft (leer)doelen. Ook de beoordelingen (feedback) die de student tijdens het leerwerk proces krijgt zullen samen moeten hangen met de doelen die de student zichzelf heeft gesteld. Daarbij gaat het niet zo zeer om het terugkijken en de specifieke ontwikkelde vaardigheden of kennis, maar of de student daarmee competenter is geworden. En die competentie kan alleen bepaald worden aan de hand van de prestatie op een beroepstaak, en nooit aan de hand van ontwikkeling van kennis, houding en vaardigheden op zich. Het persoonlijk ontwikkelingsplan van een student omvat dan ook meer dan een planning van studieactiviteiten, het bevat ook de leerdoelen van de student voor de komende periode en een ‘persoonlijk beoordelingsprogramma’ dat past bij deze leerdoelen. Overigens dient bij individueel bepaalde leerdoelen niet alleen beoordeeld te worden of deze doelen ook gehaald zijn, maar daaraan voorafgaand ook of de student zich wel passende, realistische en/of voldoende ambitieuze doelen heeft gesteld.
Wil de student een goede match kunnen maken tussen de eigen leerdoelen uit het POP en specifieke leerwerkactiviteiten dient de opleiding om een begeleidingsstructuur op te zetten die aandacht besteed aan zowel het lange termijn perspectief (studieloopbaanbegeleiding aan de hand van het POP) en aan het korte termijn perspectief waar de student ondersteunt wordt bij het verbinden van de eigen leerdoelen met door de opleiding geboden activiteiten, zoals weergegeven in figuur 2.
zie verder: www.competentonderwijs\coachendbegeleiden.htm voor vormgeving van leerstofaanbod: www.competentonderwijs\competentiegerichteopdrachten.htm
Figuur 2: korte en lange termijnperspectief voor studenten én begeleiders
|
|||||||||||
|
|
|
|
|